De korrelgrootte van schuurpapier bepaalt hoe grof of fijn je slijpt. Het getal — de P-waarde — geeft de fijnheid aan: hoe hoger, hoe fijner. Hier is een snel overzicht voor de meest voorkomende toepassingen.
Grof schuren (P40–P80)
Gebruik je voor het verwijderen van oude lak, roest of grote oneffenheden. Snijdt agressief en laat zichtbare krassen achter die in een volgende stap worden weggewerkt. Geschikt voor metaal, hout en carrosserie als basis.
Middelfijn (P100–P180)
De werkpaard-korrels. Ideaal voor het vlakschuren van vul- en plamuurlagen, het opwerken van grondverf en het voorbereiden van het oppervlak voor de eindlak. In dit bereik werk je de grove krassen weg.
Fijn (P220–P400)
Voor het tussenslijpen van laklagen, het verfijnen van de ondergrond en het wegslijpen van stofkorrels in de lak. Op hout geeft P220 een glad eindresultaat voor olie of beits.
Zeer fijn (P500 en hoger)
Natlak-korrels. Gebruikt voor het wegslijpen van sinaasappelschil, runs en overstuif in de eindlak, en als voorbereiding op poetsen en polijsten. Altijd nat gebruiken voor het beste resultaat.
Stelregel
Sla nooit meer dan twee stappen over. Van P80 direct naar P320 gaat ten koste van de eindkwaliteit — de fijnere korrel heeft dan te veel werk te doen. Werk altijd stap voor stap.
